Indien het Beroepsorgaan dit nodig acht, kan het de leden van de Federale Politie of andere verificatieoverheid die de verificatie hebben gevoerd horen of om aanvullende informatie vragen. Het kan ook beslissen (al dan niet op vraag van de verificatieoverheid) dat bepaalde gegevens uit het verificatiedossier niet geraadpleegd mogen worden door de eiser en zijn advocaat [Link].
Het Beroepsorgaan kan beslissen dat:
–het beroep niet ontvankelijk is (bijvoorbeeld omdat het te laat is ingediend of indien het een beroep betreft tegen een beslissing of advies dat niet tot de bevoegdheid van het Beroepsorgaan behoort… );
–het beroep zonder voorwerp is (bijvoorbeeld omdat het gevraagde veiligheidsadvies intussen werd toegekend);
–het beroep ongegrond is omdat de beslissing wettelijk tot stand is gekomen en de aangehaalde motieven het negatieve veiligheidsadvies rechtvaardigen;
–het beroep gegrond is en het negatieve veiligheidsadvies moet worden hervormd naar een positief veiligheidsadvies;
–de verificatieoverheid die het dossier niet binnen de wettelijke termijn heeft afgesloten, na gehoord te zijn door het Beroepsorgaan, een bijkomende termijn krijgt en binnen deze termijn een veiligheidsadvies moet afleveren.
In het laatste geval kan de betrokkene zich opnieuw tot het Beroepsorgaan wenden als een negatief veiligheidsadvies wordt gegeven
Indien de opgelegde termijn nog steeds niet wordt nageleefd kan het Beroepsorgaan, indien niets zich ertegen verzet, een positief veiligheidsadvies toekennen.
De beslissingen van het Beroepsorgaan worden met redenen omkleed. Tegen die beslissingen is geen hoger beroep mogelijk. In sommige gevallen kan er wel cassatieberoep worden aangetekend bij de Raad van State.